Midnight in Paris

MV5BMTM4NjY1MDQwMl5BMl5BanBnXkFtZTcwNTI3Njg3NA@@._V1._SY317_CR0,0,214,317_.jpg

Het gemeentebestuur van Parijs – of welke instantie het ook is die over het promotiebudget gaat – kan tevreden zijn: Woody Allen, die de laatste tijd graag op uitnodiging werkt, maakte van de openingsbeelden van Midnight in Paris de mooiste reclamespot die je maar kunt verzinnen. Hij laat monumenten, pleinen, fonteinen, terrassen en straten zachtjes flonkeren in gouden licht; het verlangen naar pure schoonheid druipt er vanaf. Daarop volgt een verhaal dat die melancholieke toon weliswaar voortzet, maar waar gelukkig toch ook veel om te lachen valt

Romanschrijver Gil (Owen Wilson) heeft het gevoel alsof hij thuiskomt, als hij voor een kort verblijf arriveert in de Franse hoofdstad. De stijl, de grandeur, de gebouwen die historie ademen; het is allemaal zoveel anders, zoveel mooier dan in Amerika. Zijn verloofde Inez (Rachel McAdams) is veel minder onder de indruk, en dat geldt nog sterker voor zijn stinkend rijke schoonouders, die het tripje betalen.

Dat Gil en Inez het moeilijk zullen hebben om samen de eindstreep van dit verhaal te halen, is direct duidelijk. Zij is nuchter, kordaat en op comfort gesteld, hij zit vol donker, onbestemd verlangen naar meer – nee, deze mensen zijn beslist niet voor elkaar gemaakt.

En dan komt de twist die Allen verzon om Gil nog verder bij Inez en het normale leven vandaan te drijven: de man ontdekt dat er ergens in de stad, precies om middernacht, een koets voorbij komt die mensen van nu meeneemt naar het Parijs van de jaren twintig. Waar Hemingway zich avond na avond bezat in gezelschap van het echtpaar Fitzgerald, waar het huis van Gertrude Stein een zoete inval is voor artiesten als T.S. Eliot, Pablo Picasso en Luis Bunuel. En waar Gil zich nu met grote ogen van verwondering en een kloppend hart tussen mengt. Dit is pas het échte, volle leven, waartegen zijn dagen met Inez anno 2011 flets afsteken.